Mijmeringen 14

"Weerspiegeling Hilverbeek"

Weerspiegeling Hilverbeek

acryl
"Weerspiegeling Hilverbeek"
60x90cm.

Weerspiegeling Hilverbeek

‘Onze daden vormen de enige spiegel waarin we zien wat we kunnen zijn’,
aldus de Schotse schrijver, historicus en wiskundige Thomas Carlyle (1795-1881).
Carlyle was geobsedeerd door orde, plichtsbesef en lotsbestemming.
Een calvinist eigenlijk.
Geen wonder dat hij in daden de weerspiegeling van het kunnen zijn zag.
Want die daden waren allemaal allang voorbestemd,
volgens het plan van de grote roerganger.

Piet Mondriaan (1872-1944),
een van de kampioenen van de rechtlijnige kunststroming De Stijl,
moest net als Carlyle niet veel hebben van de reële en zichtbare weerspiegeling.
Zeker niet die van de natuur, met haar gebroken, gedraaide en gebogen lijnen.
Een herfstblad waarop zonlicht rust, drijvend in het water van Hilverbeek,
als een verstrooide droom …

Carlyle en Mondriaan hadden er korte metten mee gemaakt.

Maar daar is toch niks Boogiewoogie aan,
overal rechte, horizontale en verticale lijnen,
primaire kleuren en niet-kleuren, zwart, wit.

De natuur swingt, danst.
Ga maar eens zitten aan een spiegelgladde vijver,
en zie hoe de hemel, bomen en gras zich herhalen onder de aarde
– vrij naar het gedicht Aan een Vijver van Rutger Kopland (1934-2012).
Ze slingeren en kronkelen, en nu ja,
misschien laten ze wel zien wie je had kunnen zijn of kan zijn …
maar dan wel zoals Kopland bedoelde;
‘De wereld is onverschillig,
de mens spiegelt zijn eigen bewustzijn aan wat hem omringt,
wat even ontluisterend als troostrijk kan zijn’.

Bronnen
Walther, Ingo, F. en K. Ruhrberg, Kunst van de 20e eeuw, 2 dln. (Bonn 2005).
Monna, J., ‘Geluk was een dag aan een vijver’, Trouw (6 april 2013).
Bommel, van, M en H. Janssen, Inside out Victory Boogie Woogie (Amsterdam 2012).

Bijpassende muziek:
Dvorak cello concert op 104, tweede deel, adagio ma non troppo.
Truls Mork cello
Oslo Philharmonic Orchestra o.l.v. Mariss Jansons
EMI 7243 56 1838 27

Reageren? Stuur een berichtje

Mijmeringen 13

"Kreupelhout"

Groene Dak

acryl
"Kreupelhout"
60x80cm.

Kreupelhout

‘Wat vliegen wil, is onbedreven uit kreupelhout gesneden’ (Norbert de Beule).

Kreupelhout, boompjes zonder stam.
Kreupel betekent hier niet lam of mank, integendeel.
De boompjes groeien gestaag door en zijn dominante kruipers,
eronder is geen andere vegetatie mogelijk.
Maar ertussenin nestelt en leeft de op één na kleinste vogel van Nederland.
Al tjsik-tsjik-tsíkkend gedijt dit paternosterbolletje
uitstekend in het dichte struikgewas.
Eigenlijk doet de heggenkruiper dat in alle ‘ingewikkelde’ rommel.:

Zijn artiestennaam dankt hij aan een sage,
over een wedstrijd om de koningstitel van de vogels.
De kleine vogel verstopte zich in de veren van een adelaar.
Toen de adelaar de hoogste vlucht nam,
vloog het vogeltje tevoorschijn en won de wedstrijd.
Maar de andere vogels namen daar geen genoegen mee ...
de hoogste moest ook het diepste kunnen.
De stuiterbal dook een muizenhol in en won opnieuw.

Waar of niet waar, we noemen hem meestal Winterkoning.
Het klein duimpje met opgeheven staartje is weliswaar
onbedreven uit kreupelhout gesneden,
maar vliegt het hoogste én kruipt het laagste van allemaal.

 

Reageren? Stuur een berichtje

Mijmeringen 11

"Zonlicht te Hilverbeek"

Zonlicht te Hilverbeek

acryl
"Zonlicht te Hilverbeek"
60x90cm.

Zonlicht te Hilverbeek

‘Hello darkness, my old friend’.
Zo begint The Sound of Silence,
een lied over ons onvermogen om met elkaar te praten
over de werkelijk belangrijke dingen om ons heen.
Dichtbij, vlakbij, binnen handbereik.
Vaak ongemakkelijk, ingewikkeld, zelfs gevaarlijk:

‘En dan zie ik telkens weer
Tienduizend mensen, misschien meer,
Zonder iets te zeggen fluisteren,
Horen maar naar niemand luisteren.
Liedjes schrijven
Die geen sterveling zingen wil.
Het blijft stil,
Ik hoor alleen de stilte.’

Die tienduizend of meer mensen vreesden met grote vrezen.
Toen het lied uitkwam, was de dreiging van een kernoorlog groot. De angst voor de allesverwoestende kernknal met verschroeiende lichtflits was alom, maar de meeste mensen bleven stil. Die stilte doorbreken was kennelijk gevaarlijker dan de bom. Men vreesde ook de duisternis erna, maar in feite waren ze
al ziende blind en horende doof in het donker.

Want angst maakt vleugellam: ‘De mens is een vogel zonder vleugels en een vogel is een mens zonder zorgen’. Immers, als een vogel loopt, hipt en pikt, dan voelt hij nog zijn vleugels. Op ieder moment kan hij wegfladderen. Geen vogel vliegt te hoog, mits hij vliegt met eigen vleugels. Hij doorbreekt de stilte met een kwetterend lied ‘die geen sterveling zingen wil’.

Eigenlijk zou de mens vaker de stilte kwetterend moeten doorbreken, zodat:

‘Tevoren hij gevuld is
Met een nieuwe lading
Levenskracht die hem
Doet jubelen over de
Vol met kwinkelerende
Vogels zijnde Natuur
Die goudgeel beschenen
Wordt door een magi-
Strale stralende ZON’

Bronnen:
Boudewijn de Groot/Lennaert Nijgh – ‘Het geluid van de stilte’ (Boudewijn de Groot - 1965,
ook uitgebracht als Apocalyps - 1970).
Johnny van Doorn, ‘Een magistrale stralende zon’, in: De heilige huichelaar (Amsterdam 1968).
Louis de Bernières, Vogels zonder Vleugels (Amsterdam 2007).
Simon & Garfunkel – ‘The Sound of Silence’ (Sounds of Silence – 1966).

Bijpassende klassieke muziek
Joseph Haydn, "Sonnenaufgang", Strijkkwartet opus 76.

Reageren? Stuur een berichtje

Mijmeringen 12

"Groene Dak"

Groene Dak

acryl
"Groene Dak"
60x80cm.

Groene Dak

Nederlandse natuur ligt meestal om de hoek.
Keurig aangeharkt en strak ingericht als onze tuinen en balkons,
een hek met tourniquets eromheen.
We worden er niet bejaagd, laat staan opgegeten.
We wandelen, fietsen en skeeleren in drukbezochte natuurgebieden –
er zijn er maar 2500 van.
De Gooise heiden zijn vaak net Kalverstraten,
de bossen winkelcentra vol schuifelende mensen en
de wateren liggen vol met bootjes en soms zwemmers.
Aan de oevers denken de pootje-baders niet aan haaien of meervallen.
Er zijn weer wolven, maar die mijden mensen, zeggen ze …
De wildernis is onder controle.
Dat geldt niet voor de dieren, bomen, planten, insecten en schimmels die in de natuur leven.
Voor een konijn is het iedere dag waterschapsheuvel.
Rivalen, roofvogels, mensen, ja daar heb je ze weer.
Als jagers, als vervuilers; plastic, ander afval.
Een konijn leeft en plant zich voort in èn als een maaltijd.
Het heeft weliswaar een groen dak boven het hoofd,
het lover van de bomen dat naar elkaar toegroeit,
maar dat dak is doorzichtig, net als het bovenste van overhangende takken.
Het konijn weet dat.
Schichtig is een deugd, net als snel eten, want uit de lucht vallen soms scherpe klauwen.
Mensen kijken zelden omhoog, weten zelden wat ze boven het hoofd hangt:

‘Ga eens uit wandelen in het Spanderswoud
En loop ontspannen tussen de sparren.
Rek er de tijd. Alsof je die herkauwt.
Rustig, bedaard. Wees er eens minder star en

Ingehouden dan in het dagelijks leven:
Tien tegen een dat je de geest tegen-
komt, die door het bos bleef zweven,
Ook toen de Welvaart kwam met haar Zegen.

Doch denk niet dat je met hem praten kan.
Rillend zit hij, een godverlaten kwant,
In de hoogste boomtop, daar luid blatend van
Joehoe, met een schuimspaan in zijn hand’.

De zegen van de welvaart ging ten koste van de natuur van wat die is:
wildernis onder een groen dak.
Die komen we alleen tegen als we minder star en ingehouden zijn dan in het dagelijks leven …
kijk dus omhoog en opzij, ga niet alleen de paden op, de lanen in,
roep Joehoe en koop een schuimspaan!

Bronnen:
Dik van der Meulen, Het bedwongen bos. Nederlanders & hun natuur (Amsterdam 2009).
Gerrit Komrij, ‘De geest van het Spanderswoud’, in : Alles onecht. Keuze uit de gedichten (Amsterdam 1984).
Richard Adams, Waterschapsheuvel (Penguin Books Ltd, 1972).

Muziek
Faure, pianokwintet nr 1, opus 89.
Uitvoerenden Quattro Nuova + Jean Hubeau piano. Erato 4509 9653 2.

Reageren? Stuur een berichtje

Mijmeringen 10

"Buiten zijn oever"

Buiten zijn oever

acryl
"buiten zijn oever"
40x60cm.

Buiten zijn oever

Het leven is een rivier. Het stroomt van het kleinste begin, de bron, naar het oneindige einde, de monding in een meer of zee. Gaandeweg ontstaan meanders, zand beklijft, modder erodeert. En soms treedt de rivier buiten haar oevers. Vaak met nare gevolgen voor land, mens en dier. Nee, ‘buiten je oevers treden’ is geen deugd. Er is iets onoorbaars gebeurd. Niet altijd bewust, we doen van alles per abuis, zonder na te denken, maar ook van alles moedwillig en rücksichtslos.
Vooral om ons te laten gelden, kijk, luister, ik besta!
We zouden beter stenen kunnen verleggen:

‘Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Het water gaat er anders dan voorheen
De stroom van een rivier hou je niet tegen
Het water vindt er altijd een weg omheen
Misschien eens gevuld van sneeuw en regen
Neemt de rivier mijn kiezel met zich mee
Om hem dan glad en rond gesleten
Te laten rusten in de luwte van de zee
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
Ik leverde ’t bewijs van mijn bestaan
Omdat, door het verleggen van die eene steen
De stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan
Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
Ik leverde ’t bewijs van mijn bestaan
Omdat, door het verleggen van die eene steen
Het water nooit dezelfde weg zal gaan’
(Bram Vermeulen, De Steen).

Maar soms zal het donderen, bliksemen, regenen en overstromen. Dan stromen we naar het zwarte moeras, waar de rivieren Styx en de Cocytus samenvloeien, de rivieren van de misantropie en weeklachten. De veerman Charon, somber, grijs, ruige baard, haveloos gekleed, hij zet ons over. We moeten ervoor betalen, een obolos, een stuiver eigenlijk. We gaan heen … gaan we ook weer?

‘En als de pont dan weer zijn weg zoekt door het ruime sop
Dan komen er werktuiglijk gedachten bij me op
Zo denk ik dikwijls over het geheim van het bestaan
En dat ik op de wereld ben om heen en weer te gaan
Wij zien hier voor ons oog een onverbiddelijke wet
Want ik als ik niet de veerman was, dan was een ander het
En zulke bedenksels heb ik nu de hele dag
Soms met een zucht van weemoed, dan weer met een holle lach’
(Drs. P, Veerpont).

Heen-en-weer, het zou kunnen.
Maar als we bij de monding van de rivier zijn, zijn we toch echt oeverloos.

Reageren? Stuur een berichtje

Atelier en Galerie Ton de Kruijk: Landstraat 107, 1404 JH Bussum. Telefoonnummer: 035-6932377.

E-mailadres Atelier Ton de Kruijk: ,
E-mailadres Galerie Ton de Kruijk: